Voor een sociale en duurzame gemeente

Interview met Bé Schollema

be

‘IK HOUD ERVAN OM OUT OF THE BOX TE DENKEN’

Een rasechte PvdA’er in het GroenLinks-blaadje of op de GroenLinks-website. Dat is nog niet eerder voorkomen. Bé Schollema is wethouder geworden, niet alleen voor de PvdA, maar ook voor GroenLinks. De PvdA is zijn eigen partij en GroenLinks is de ándere eigen partij. ‘Zorg je ervoor dat ik plaatselijk GroenLinks-lid word?’, vraagt hij na afloop van ons gesprek. Hij laat zich graag uitnodigen op de ledenvergaderingen en andere bijeenkomsten. En hij is welkom!

 

Door: Nicolette Scholten

 

Bé is 34 jaar geleden geboren in Middelstum en hij woont er nu nog.

De Schollema’s zijn, zoals Bé zelf zegt, nogal honkvast. Hij heeft vanuit zijn woning zicht op zijn ouderlijk huis waar zijn moeder kapsalon Tabak dreef. Zijn oudere broer Pieter woont in dezelfde straat en zijn ouders (Meindert is nu burgemeester van Pekela) komen op termijn zeker terug. Na een lange relatie woont Bé weer alleen. Zijn nieuwe vriendin woont in de stad. Maar de stad trekt hem niet. ‘Middelstum geeft mij een thuisgevoel.’
Natuurlijk is de politiek hem met de paplepel ingegoten. Wat wil je, met zo’n vader, die vanaf Bé’s geboorte al raadslid in Middelstum en later wethouder in Loppersum was. ‘We moesten iets van onze leefomgeving vinden. Is er iets niet goed? Dan moet je iets doen. Al was het maar lampen ophangen tijdens de lichtweek.’  Het ‘iets’ doen werd vanzelf ‘iets doen in de politiek’.  En dat het de PvdA was, daar heeft Bé nooit aan getwijfeld. ‘Ik heb wel altijd aan de wat opstandige kant gezeten en soms vraag ik me wel eens af of ik in de goede partij zit. Zelf houd ik ervan om “out of the box” te denken. Ontdekken dat iets ook anders kan.’

 

Verbaal sterk

 

In een PvdA-gezin met een actieve PvdA-vader was het vanzelfsprekend dat er veel gepraat werd. ‘We noemden het niet zo, maar we voerden wel vaak een debat, ja. Gesprekken gingen altijd over iets. Ik heb graag altijd anderen willen overtuigen. Er wordt me wel eens gezegd dat ik verbaal sterk ben. En ook dat ik daar een beetje voorzichtig mee moet zijn. Niet iedereen staat verbaal even stevig in z’n schoenen. Die voorzichtigheid zal ik straks als wethouder hard nodig hebben, ja.’
Na het atheneum is Bé juridische bestuurswetenschappen gaan studeren. Dat heeft hij drie jaar volgehouden. ‘Ik was er klaar mee, toen ik een discussie kreeg met een hoogleraar over de benoeming van burgemeesters. De theorie was dan misschien wel zus, maar ik wist uit ervaring dat de praktijk heel anders was. Toen dacht ik: misschien ben ik voor het theoretische niet zo geschikt…’ Na een loopbaan van taxichauffeur tot planner en glasschade-expert en na het behalen van een wat meer op de praktisch gericht hbo-diploma,  belandde hij bij woningcorporatie Acantus. Daar was hij tot voor kort opzichter planmatig onderhoud en nieuwbouw. ‘Dat klinkt heel technisch en dat is het ook, maar het is toch vooral communiceren. Ons motto is: voel je thuis. Maar iedereen voelt zich op een andere manier thuis.’ Ganzedijk was één van zijn grotere projecten. Het Oost-Groningse dorpje was een paar jaar geleden landelijk nieuws, omdat de bewoners in opstand kwamen tegen de sloopplannen. Inmiddels wonen de mensen er met hetzelfde prachtige uitzicht, maar nu zonder dat ze van de bank waaien door de tocht en is het wijkje de crème de la crème geworden van de sociale woningbouw. ‘Een fantastisch project, ik heb er erg van genoten. Maar als we op deze manier omgaan om het verouderde huizenbestand, zou elke corporatie failliet gaat.‘

 

Ambitie

 

Waar komt zijn wethoudersambitie vandaan? ‘We hebben vier jaar lang mogen ervaren wat het betekent om in de oppositie te zitten:  je hebt daadwerkelijk minder invloed. We hebben ervoor gekozen om niet te klagen, maar ons duidelijk op te stellen. Anderhalf jaar geleden viel voor mij het kwartje. Ik wilde wethouder worden, maar alleen als bestuur en fractie me daarin zouden steunen. We hadden immers geleerd van eerdere ervaringen. En inderdaad heb ik die steun gekregen en de overtuiging van partijgenoten dat ik geschikt zou zijn. En dat is wel fijn… Ja, ik zeg er een leuke baan voor op, dat klopt. En ik weet ook dat politiek niet meer de baan voor het leven is. Maar ik verwacht dat ik de vier jaar ga volmaken, en daarna vind ik heus wel wat anders.’
De keuze voor onder ander GroenLinks als collegepartner, is tamelijk opmerkelijk. Tot nu toe is GroenLinks stelselmatig uit het college gehouden. ‘Ik ga ervan uit dat de verschillen tussen groepen mensen en ook de verschillen tussen partijen kleiner zijn dan hun overeenkomsten. Ik ben de overeenkomsten gaan zoeken. Geen bewuste tactiek, hoor. Meer een manier van denken. En dat de overeenkomsten groot zijn, is wel gebleken bij de coalitieonderhandelingen. De ChristenUnie-vertegenwoordiger zei heel treffend: op dit soort momenten denk je dat je wel één partij kunt gaan vormen. Zo’n uitspraak gaf mooi de harmonie weer. Als je in het dagelijks bestuur zit, moet je je anders opstellen dan in de raad. Een raadsvergadering is een beetje als een voetbalwedstrijd. Binnen de lijnen schop je elkaar tegen de schenen en buiten de lijnen drink je een biertje met elkaar. Als wethouder ga ik proberen juist niet tegen schenen te trappen. We moeten het met elkaar, de vijftien raadsleden, doen, want er komt ongelofelijk veel op ons bordje. En we zullen ook de oppositie blijvend een uitgestoken hand bieden, zoals Jacomine Meyling van GB/D66 ons vroeg.

 

College

 

Bé vindt het nieuw gevormde college wel een bijzondere. ‘We hebben de beste lokale bestuurder als voorzitter, een ervaren CDA-wethouder die de klappen van de zweep kent, een ex-gedeputeerde en dan mag ik als een 34-jarig jonge hond ook bij zijn.’ Maar wethouder zijn voor twee partijen, dat kan nog knap lastig zijn. Dat beseft Bé ook wel. ‘We hebben besloten om minimaal een keer per maand een gezamenlijke fractievergadering te houden. Ook praktisch gaan we het werk verdelen. Met vier mensen gaat dat iets soepeler dan met twee mensen. En verder zullen we natuurlijk verantwoording afleggen aan de leden van beide partijen.’ Hij krijgt onder andere de portefeuilles die ook voor GroenLinks van groot belang zijn: milieu, duurzaamheid, werk en inkomen, Wmo en onderwijs. Een zware klus. ‘Ik wil richting mijn eigen partij en mijn andere eigen partij laten zien dat ik wat bereik.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Archief per categorie
Archief berichten